Dictionnaire thématique illustré de la franc-maçonnerie PDF

De voorgeschiedenis van de vrijmetselarij kan op twee wijzen worden benaderd. Enerzijds kan men de voorgeschiedenis van de operatieve vrijmetselarij op objectieve en historische wijze gaan beschrijven. Dit komt neer op dictionnaire thématique illustré de la franc-maçonnerie PDF ontstaan, bloei en ondergang van middeleeuwse beroepsgilden in Europa. Dit onderzoek wordt hier echter niet verricht.


Anderzijds kan men de voorgeschiedenis van de speculatieve vrijmetselarij trachten in kaart te brengen. Op deze wijze wordt een zogenaamde foundation myth, oprichtingsmythe gecreëerd, voor intern vrijmetselaarsgebruik. Dergelijke mythes zijn belangrijk bij de ontwikkeling van een solide groepsgevoel en sterk samenhorigheidsideaal in nieuwe en ambitieuze verenigingen, maar kunnen geen aanspraak maken op objectiviteit en historische feitelijkheid. Deze antedatering begint met een herinterpretatie van het Bijbelverhaal over Adam en Eva. Het Oude Testament wordt hierbij kwistig gebruikt en de Bijbelse figuren worden gerecycleerd voor gebruik bij het uitbouwen van een vrijmetselaarsgeschiedenis. In de middeleeuwen begint de mythische voorgeschiedenis van de speculatieve vrijmetselarij zich te vermengen met de objectieve geschiedenis van de operatieve vrijmetselarij.

De middeleeuwse gilden van bouwvakkers en metselaars zouden stap voor stap omgevormd zijn tot filosofische clubjes voor de burgerij en de adel. Voor deze begrippen zijn er wel degelijk historisch betrouwbare bronnen te vinden van hun bestaan. Het bestaan van deze bronnen staat niet ter discussie. Wat wel hoogst betwijfelbaar is hieruit als vanzelfsprekend af te leiden dat er een stapsgewijze historische evolutie is waar te nemen van operatieve vrijmetselarij naar speculatieve vrijmetselarij.

Dergelijke afleidingen zijn van speculatieve aard, niet van historisch-wetenschappelijke aard. Het Engelse begrip freemason of vrijmetselaar duikt historisch gezien voor de eerste keer op in 1396 in documenten van de kathedraal van Exeter, Engeland. Het is een afkorting van het begrip freestone mason, dat in tegenstelling stond tot het begrip roughstone mason. In 1495 wordt het begrip opgenomen in de rijksstatuten van koning Hendrik VI van Engeland en in 1537 wordt het begrip gebruikt in Londen door een steenhouwersgilde, die haar leden als zodanig bestempelt.

Op 24 juni 1717 verenigen zich vier vrijmetselaarsloges in Londen, Engeland, tot de Grand Lodge of London. Dit gebeurde in het Londense gasthuis the Goose and Gridiron. Of er een organisch of historisch verband bestaat tussen operatieve loges en speculatieve loges, waarbij de speculatieve vrijmetselarij is geëvolueerd naar operatieve vrijmetselarij is het onderwerp van grote discussie en onzekerheid. Deze discussies ontberen steeds betrouwbare en napluisbare historische bronnen en stukken, en worden steeds met geheimzinnige mystiek omhuld. Wat in elk geval met historische zekerheid kan geschetst worden is de historische ontwikkeling van de speculatieve vrijmetselarij sedert 1717. Hij was een leerling van Isaac Newton en lid van de Royal Society. Dit historisch document staat bekend onder de naam the Constitution of the Free-Masons en werd voor het eerst gepubliceerd in 1723.

Voor de samenstelling ervan gebruikte Anderson enerzijds historische documenten die stammen uit de tijd van de operatieve loges, verlichtingsideeën die in die tijd populair waren in brede kringen van wetenschappers en intellectuelen en eigen inzichten en ideeën. Vanaf het jaar van publicatie begint de grootloge in de openbaarheid te treden met haar activiteit. De eerste loges kenden slechts twee graden van inwijding, of ledencategorieën, namelijk leerling en gezel. In 1734 werd The Constitution of the Free-Masons herdrukt en uitgegeven in de Verenigde Staten. Dit gebeurde in Pennsylvania door Benjamin Franklin. De vrijmetselarij en haar ideeën verspreidt zich over Londen, de rest van Engeland en Wales, Groot-Brittannië en Ierland.

Loges naar Brits voorbeeld en onder Brits gezag ontstonden in eerste instantie in al deze gebieden. Ondertussen had de katholieke kerk lucht gekregen van het ontstaan en de groei van de vrijmetselarij. Deze baseerden zich op een filosofie van het vrije denken vanuit een positie van religieuze en politieke onbevooroordeeldheid, en verkondigden een theïstisch godsbeeld. Maar niet alle loges in London, Engeland en Wales scharen zich onder de Grand Lodge of England. Verschillende loges blijven onafhankelijk, uit onvrede met een al te grote hervormingsdrang die van boven werd opgelegd. Andere loges vormden zelfstandige, concurrerende grootloges, zoals de Grand Lodge of all England held at York, maar zonder groot succes. Na verloop van tijd verdwenen zij.